Speech Staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan

Dames en heren,

Ik vind het een feest om hier te zijn. En bij een feest horen cadeaus. Ik mag samen met de afvaardiging van het VSB-fonds straks een hele koffer weggeven. Maar ik heb ook al iets cadeau gekregen: twee mooie fragmenten uit de voorstellingen van de jeugdtheaterhuizen in Goes en Zuid-Holland. Acteurs en makers: bedankt en gefeliciteerd. Heel leuk om te zien waar jullie mee bezig zijn. Ik ben hier ook gekomen omdat ik jeugdtheater enorm belangrijk vind. Waarom? Daar zijn verschillende redenen voor aan te voeren. Louis Lemaire van jeugdtheater Hofplein vatte het – in het boekje Jeugdtheaterscholen in Nederland – als volgt samen.

Ik citeer: ‘Het gaat er binnen de jeugdtheaterscholen niet om kinderen op te leiden tot acteurs, dansers en zangers. Maar de wereld zou er wel mooier uitzien als er wat meer burgemeesters zouden zijn die kunnen toneelspelen, fabrieksdirecteuren die kunnen zingen en agenten die kunnen dansen.’ Bedoelt Lemaire dat we zingend boeven moeten vangen, dat bestuurders voortdurend Hamlet moeten citeren en dat een captain of industry tapdansend een jaarvergadering moet leiden? Ik denk dat hij wat anders bedoelt. Als ik de vergelijking door mag trekken naar de politiek: het is u misschien bekend dat mijn eigen partijgenoot – Boris van der Ham – ook acteur is. Maar wist u ook dat Jeltje van Nieuwenhoven serieus heeft overwogen om de toneelwereld in te gaan?

En dat Groenlinsker Kees Vendrik heeft doorgeleerd voor theaterregisseur? Ik denk dat geen van deze politici er ooit over zal peinzen om een motie zingend in te dienen, dansend met elkaar te debatteren of in plaats van een beleidsbrief een monoloog naar de kamer te sturen. Maar ik denk wel dat ieder voor zich z’n culturele bagage goed kan gebruiken in de politieke arena. Wie als kunstenaar op een podium heeft gestaan, heeft geleerd zicht te presenteren. Wie aan klassiek theater heeft gedaan weet hoe je een tekst goed en overtuigend voor het voetlicht kan brengen. Wie zich heeft durven geven voor een groot publiek weet hoe je moet omgaan met applaus en fluitconcerten. Maar bovenal: wie al vroeg in zijn leven bezig is geweest met welke vorm van kunst dan ook heeft geleerd dat er verschillende manieren zijn om naar de wereld te kijken.

En dat kun je in allerlei beroepen – niet alleen in de politiek – uitstekend gebruiken. Als Lemaire dat bedoelt ben ik het roerend met hem eens. In mijn oktoberbrief noemde ik creativiteit een cruciale productiefactor in de kenniseconomie. Deze wordt namelijk steeds meer afhankelijk van slimme combinaties van technologie en de toepassing van niet-technologische factoren, zoals artisticiteit in vormgeving en creativiteit bij structurering van informatie. Culturele innovatie is vaak het geheim achter het commerciële succes van tal van producten en diensten.

En creatieve vakken op school kunnen ook een sleutel zijn om onderwijs zinvol te vernieuwen. Cultuur is belangrijk – niet alleen om je te verrijken als individu, maar ook voor de samenleving als geheel. Daarom wil ik – zoals ik dat noem – de culturele factor in de samenleving versterken. Bijvoorbeeld door de infrastructuur van jeugdtheaterscholen in Nederland een impuls te geven. Uit de enorme groei van het aantal jeugdtheaterscholen blijkt wel dat kinderen en jongeren het leuk vinden om zelf met theater aan de slag te gaan. En dat theaterscholen met hun aanpak een succesformule in handen hebben. Het is een branche die het tot nu toe voor een groot deel op eigen kracht heeft gedaan, en dat dwingt veel respect af. Maar het is niet de bedoeling dat theaterscholen slachtoffer worden van hun eigen succes. Uit het recente onderzoek van Theaterwerk blijkt dat veel scholen het niet gemakkelijk hebben.

Ze worstelen met problemen als leerplanontwikkeling, opleiding en training van de leiding en bijscholing van docenten. Vaak – maar niet altijd – krijgen ze wel subsidie van hun gemeente, voor de huisvesting bijvoorbeeld, of van hun provincie. Maar kunnen ze net niet die stap nemen om een goed draaiende organisatie te worden. Daar wil ik graag bij helpen. En heb daarom een budget vrijgemaakt waarop de scholen drie jaar lang een beroep kunnen doen. Ik hoop zo ook een bijdrage te leveren aan de versterking van het culturele klimaat in provincies en gemeenten.

U weet misschien dat ik daarbij graag intensiever wil samenwerken met die andere overheden. De voorziening voor de jeugdtheaterscholen kan voor zo’n versterking zorgen. Gemeenten en provincies beschikken na afloop immers over betere scholen, die zij met een gerust hart verder kunnen steunen. Zo moet u dit gebaar dan ook zien: als een estafettestokje dat we na een gelopen race graag overdragen aan de andere overheden. Bij het totstandkomen van de regeling heb ik een fantastische partner gevonden in het VSB-fonds. Maar liefst de helft van het budget komt daar vandaan. Samen kunnen we op die manier voor een stevige impuls zorgen. Maar niet alleen voor de jeugdtheaterscholen is dit een goede zaak. Ik vind het zelf ook erg belangrijk om als rijksoverheid partners te vinden die met ons willen samenwerken. Dat kunnen andere ministeries zijn, of organisaties op het gebied van bijvoorbeeld toerisme, of andere dan overheidsfondsen. Daarmee laat je zien dat cultuur een zaak is van iedereen. Ik bedank het fonds voor de constructieve samenwerking. Tenslotte wil ik Theaterwerk nog graag noemen.

Zij hebben de jeugdtheaterscholen bij elkaar gebracht, en vormen de gemeenschappelijke stem naar buiten toe. Met succes kan ik wel zeggen, want we hebben ze heel duidelijk gehoord. Theaterwerk gaat ook een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de regeling, samen met het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten. Ik ben er zeker van dat jullie met veel enthousiasme aan de slag zullen gaan en dat we over drie jaar kunnen zeggen: jeugdtheaterscholen in Nederland vormen een sector die er stáát. Dames en heren, Ik kondigde het in het begin al aan: als de volgende spreker heeft gesproken mogen we samen elk een koffer weggeven.

Een koffer vol handige informatie en tips die heel goed helpen bij zaken als bedrijfsvoering, organisatie en professionalisering. Die koffer is gevuld door Theaternetwerk en elke theaterschool in Nederland krijgt er een. De koffer bevat in feite een gebruiksaanwijzing, gebaseerd op een schat aan ervaring, die de afgelopen vijftien jaar is opgebouwd binnen de sector. Daar kan elke school zijn voordeel mee doen. Deze koffer staat voor mij ook symbool voor het fantastische werk dat jullie verrichten. Wie theater maakt met kinderen en jongeren geeft ze een koffer vol culturele bagage mee waar ze de rest van hun leven mee verder kunnen.

Of ze nou acteur worden, agent, burgemeester of politicus: die culturele bagage kan bijdragen aan of zelfs motor zijn van hun eigen ontplooiing. En als het een beetje meezit worden we er met z’n allen ook nog beter van. Ik wens de jeugdtheaterscholen de komende jaren veel succes en veel plezier met het cadeau dat ik straks zal overhandigen.

Ik dank u voor de aandacht.