TARIEVEN
In het amateurtheater is het gebruikelijk te onderhandelen over de tarieven voor de vergoedingen van theatermakers: niet alleen van regisseurs, maar ook van bijvoorbeeld vormgevers, schrijvers, choreografen, componisten, dramaturgen en productieleiders. Dit op grond van de wensen van de makers én de mogelijkheden van een groep. Strikte richtlijnen zijn niet gegeven; de situatie is per groep, per regio en per gemeente verschillend. In de praktijk onderscheiden we vier categorieën.
Een overzicht om enig houvast te bieden:
1. Groep en theatermaker komen een totaalbedrag overeen. Sommige ambitieuze theaterprojecten zijn dankzij een incidentele subsidie in staat om € 8.000,- voor bijvoorbeeld de regie uit te trekken. Hierbij zijn reistijd en voorbereidingstijd inbegrepen. Tegelijk zien we dat groepen met een geringe basissubsidie € 1.000,- ter beschikking hebben.
2. Groep en theatermaker met een kunstvakopleiding spreken een uurbedrag af. Volgens de richtlijnen van de CAO is dit bedrag € 45,-; inclusief reis- en voorbereidingstijd. Van tevoren wordt het maximum aantal uren vastgesteld. Dit dient te voorkomen dat de groep wordt geconfronteerd met aanspraken op een vergoeding die het budget overschrijden.
3. Groep en theatermaker met een middenkaderopleiding spreken een bedrag per repetitie af. Gemiddeld wordt in dit geval een bedrag gehanteerd van € 35,- per repetitie, reis- en voorbereidingstijd inbegrepen. Van tevoren wordt het maximum aantal repetities vastgesteld, om te voorkomen dat de groep wordt geconfronteerd met aanspraken op een vergoeding die het budget overschrijden.
4. Groep en theatermaker zonder opleiding spreken een vergoeding af. Als de theatermaker geen opleiding heeft gevolgd is er feitelijk sprake van vrijwilligerswerk. In de theaterpraktijk wordt dit op uiteenlopende manieren beloond. Veelal geldt als limiet een vergoeding die valt binnen de regels van de belastingdienst; dit om problemen voor groep en theatermaker te voorkomen. |